
Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren
Artikel XI
1
De remuneraties, vóór de inwerkingtreding van dit artikel toegekend aan tegenwoordige leden van de rechterlijke macht als beloning voor werkzaamheden, welke zij in hun hoedanigheid van rechterlijk ambtenaar verrichten en welke zijn vastgesteld op een bedrag, dat hoger is dan hetwelk aan die ambtenaren zou zijn toegekend ingevolge het bepaalde in artikel 2 van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, blijven gehandhaafd, met dien verstande, dat Onze Minister van Justitie haar intrekt of vermindert, indien en zodra de samenstelling en de werkzaamheden van het gerecht, waarbij die leden zijn aangesteld, daartoe aanleiding geven.
2
De artikelen 7, 8, derde en vierde lid, en 9 van de in het voorgaande lid genoemde wet vinden ten aanzien van de gehandhaafde remuneraties overeenkomstige toepassing.
Slotbepalingen
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.